headerbekedef
 

50 JAAR SCHOOLPACT - Wouter Beke in Tertio

Het schoolpact werkt al vijftig jaar ; democratie, keuzevrijheid en pluralisme.
Vijftig jaar geleden werd het schoolpact afgesloten. Het zal wel geen toeval zijn dat de media nauwelijks aandacht aan deze verjaardag besteedden. Velen beschouwen immers de uitgangspunten van dit politieke akkoord als achterhaald. Maar is dat wel zo? Wouter Beke zoekt het uit.

"Het schoolpact zorgde voor een grondige democratisering van het onderwijs en voor de invoering van het principe van de vrije onderwijskeuze." 
DEMOCRATIE, KEUZEVRIJHEID EN PLURALISME
Deze week is het vijftig jaar geleden dat het schoolpact werd getekend. Dit historische pact pacificeerde in 1958 een belangrijke levensbeschouwelijke tegenstelling. Maar het zorgde vooral voor een grondige democratisering van het onderwijs en voor de invoering van het principe van de vrije onderwijskeuze. Voor de christendemocraten is dit pact de bezegeling van het ideologisch pluralisme zoals het in 1945 in hun kerstprogramma werd omschreven. Voor de andere partijen was het vooral strategisch belangrijk: zij hoopten voortaan op sociaal-economisch gebied de agenda te kunnen bepalen.
DEMOCRATISERING EN KEUZEVRIJHEID 
In 1958 zaten nauwelijks de helft van de 16-jarigen nog op de schoolbanken. Vandaag is dit rond de 95%. In 1958 zat slechts ťťn op drie 18-jarigen nog op school. Vandaag is dit drie op vier. Onderwijs is belangrijk omdat het een hefboom is om sterk te staan in de wereld. Mensen moeten alle kansen krijgen om hun talenten ten volle te benutten en de ontwikkelen: beter voorkomen van werkloosheid door een aangepast onderwijs dan werkloosheidsvergoedingen te moeten uitbetalen. Het schoolpact heeft hiervoor de basis gelegd. Het stelde de kosteloosheid van het onderwijs tot 18 jaar voorop, het systeem van studiebeurzen werd uitgebreid en door diplomaverplichtingen op te leggen aan onderwijzers werd de professionalisering sterk in de hand gewerkt.
 
En de keuzevrijheid die via het schoolpact werd geÔnstitutionaliseerd, leidde tot een grotere democratisering van het onderwijs. De overheid kan volgens een aantal belangrijke internationale mensenrechtenverklaringen de inrichting van onderwijs weliswaar niet verhinderen, maar dit betekent natuurlijk niet dat ze het ook moet financieren. Wanneer de overheid echter niet met financiŽle middelen over de brug komt, zullen er particuliere elitescholen worden opgericht, louter toegankelijk voor kinderen van rijke ouders. Zij zullen de beste leerkrachten op de markt aantrekken en enkel de knapste leerlingen toelaten. Of dit de democratisering van het onderwijs ten goede komt? Zij die dus pleiten voor een onderwijslandschap met enkel door de overheid gesubsidieerde officiŽle en zogenaamde pluralistische scholen, ontnemen de burgers zonder meer een belangrijke keuzevrijheid. Behalve de rijke, die vinden wel een uitweg.
 
Sluitstuk van het schoolpact is de vrije keuze van de ouders en leerlingen. Door een combinatie van publieke verantwoordelijkheid en het inschakelen van private organisaties is er veel pluriformiteit, dynamiek en (beheerste) concurrentie. Er valt kortom wat te kiezen. Deze reŽle keuzevrijheid is niet alleen van belang vanuit het oogpunt van de grondrechten waar iedere burger over moet kunnen beschikken. Het is ook de verklaring voor de legitimiteit en het vertrouwen van de mensen in het onderwijs en voor de democratisering ervan.
PLURALISME
Waarom scoren bepaalde maatschappelijke instellingen (zoals het onderwijs) inzake kwaliteit en vertrouwen beter dan andere? Vooreerst is vertrouwen niet enkel een graadmeter voor de democratische legitimiteit van een institutie, maar het is ook belangrijk voor de kostenbeheersing. Volgens de Leuvense econoom professor Wim Moesen zorgt de vrije onderwijskeuze voor een zekere marktwerking waarbij de onderwijsverstrekkers in een kwalitatief opwaartse beweging worden meegezogen. Die moeten immers steeds een zo groot mogelijke kwaliteit tegen een zo laag mogelijke kost leveren om leerlingen te kunnen aantrekken. Het zogenaamde verzuilde onderwijslandschap is dus niet geldverslindend maar eerder een kwalitatief sterk en kostenbeheersend systeem. Bovendien zorgt het feit op zich dat mensen een vrije keuze hebben voor een groter vertrouwen in de instellingen. Een gesubsidieerde keuzevrijheid is dus ontzettend belangrijk voor het vertrouwen in het onderwijs en de permanente democratisering ervan.
 
Deze gesubsidieerde vrijheid spruit rechtstreeks voort uit de wijze waarop het begrip pluralisme maatschappelijk wordt ingevuld. Vaak wordt het beschouwd als het hebben van respect voor de individuele verscheidenheid van mensen in de samenleving. Elk individu heeft zijn eigen morele code en zijn persoonlijke existentiŽle identiteit. Een pluralistische houding betekent het aanvaarden van deze verscheidenheid en het zich neutraal opstellen tegenover de onderlinge verschillen. Vaak spreekt men over een 'open' pluralisme, waarmee men wil uitdrukken dat alles getolereerd wordt, zonder onderscheid. Dergelijke pluralistische invulling staat on-verschil-lig tegenover het verschil. Het is een kleurloos pluralisme dat leidt tot nivellering. De verscheidenheid wordt niet geŽtaleerd, maar afgevlakt tot datgene wat gemeenschappelijk is.
Dit in tegenstelling met een verantwoordelijk pluralisme dat evenzeer het bestaan van verscheidenheid van meningen en grondhoudingen beschouwt als een positief gegeven dat actieve ondersteuning verdient. Maar het gaat ervan uit dat deze verscheidenheid slechts vorm kan krijgen wanneer het gedragen wordt door groepen, gemeenschappen, georganiseerd in verenigingen en instellingen. Het is binnen deze context van groepsvorming dat meningen worden gevormd en waarden worden overgedragen. Het is binnen deze context dat meningen kleur krijgen en met andere meningen geaffirmeerd worden. Er moet voor het verschil verantwoording worden afgelegd. Er is gewoonweg geen sprake van een echt pluralisme wanneer de verschillende meningen zich niet duidelijk tegenover elkaar affirmeren en verantwoorden.
 
Wie pleit voor zo'n pluralisme krijgt echter al snel het etiket voor intolerantie te pleiten. Dit is natuurlijk niet zo. Een verdraagzame houding is er een die fundamenteel respecteert en waardeert dat er verschillen kunnen zijn. En waarderen mag hier best in de betekenis van het toekennen van een bepaalde waarde worden gezien. Mensen zijn vrij (ook wat hun meningen, identiteit of levensbeschouwing betreft) in de mate dat ze verantwoordelijkheid, met rechten en plichten, willen opnemen voor hun vrijheid en voor deze van de ander.
HET WERK IS NIET AF
Democratisering, keuzevrijheid en pluralisme waren de uitgangspunten van het schoolpact van 1958. Ze blijven richtinggevende principes voor de nieuwe onderwijsuitdagingen. De huidige regering heeft werk gemaakt van 'het gelijkleggen van de lat' tussen de onderwijsnetten, maar een aantal verschillen zijn gebleven. We denken o.a. aan omkaderingskosten, eigenaarsonderhoud, leerlingenvervoer. Ook de tussenschotten tussen het beroeps- en technisch onderwijs en het algemeen vormend onderwijs staan nog steeds overeind. En er zijn de nieuwe uitdagingen. Zo zullen allochtone kinderen en jongeren alleen via een goed uitgebouwd onderwijssysteem kansen krijgen. Maar hun onderwijsparticipatie wordt vaak gehinderd door taalachterstand, een specifieke thuiscultuur en een filosofie waarin ook de persoonlijke uitdaging en talentontwikkeling belangrijk zijn.
 
Het onderwijs in Vlaanderen staat internationaal aan de top. Onze scholen scoren bijzonder goed inzake kwaliteit, keuzevrijheid en democratisering. Van alle maatschappelijke instituties scoort ons onderwijssysteem inzake vertrouwen het hoogst.  De uitgangspunten die 50 jaar geleden aan de grondslag lagen van het schoolpact mogen nog altijd gekoesterd worden.
 
Wouter Beke
Senator en ondervoorzitter van CD&V


Contactgegevens
 

Wouter Beke

CD&V-senaatsfractie

Paleis van de Natie, bureau 2124

Natieplein 1

1009 BRUSSEL

tel.: 02/501 76 22 

e-mail: info@wouterbeke.be